LITHOGRAFIE

Dit is een grafisch proces dat in 1794 is uitgevonden door Alois Senefelder. Het principe is dat vet en water elkaar afstoten. Een speciale poreuze kalksteen wordt betekent met vetkrijt (tusche) ook kan er een vloeibare tusche gebruikt worden om te schilderen.

De vette tusche dringt in het oppervlak van de steen. Na het tekenen wordt er een mengsel van Arabische gom en salpeterzuur over de steen gewreven. Dit heet het “etsen” van de steen. Na een dagje wachten wordt de tusche verwijderd met terpentine. Dan wordt de steen bevochtigd met water. Het vette beeld zal water afstoten. Met een inktrol wordt nu de vochtige steen ingerold met “vette litho-inkt”. Alleen het beeld zal nu inkt ontvangen, terwijl het niet beeld inkt zal afstoten.

Op een speciale lithopers wordt er nu gedrukt op papier. Voor elke kleur zal een nieuwe steen worden gemaakt.

In plaats van de poreuze steen kan ook een zinkplaat, staalplaat of een aluminium plaat worden gebruikt. Het betekenen of beschilderen gaat hetzelfde als op de steen. Deze platen worden afgedukt op een etspers.